[Als je liever luistert naar dit artikel, klik dan HIER]
In dit artikel onderzoek ik (nog) een context waarin het relationeel denken en handelen voor een flinke ‘uitdaging’ staat.
(‘Uitdaging’ tussen aanhalingstekens, want misschien is dat een understatement.)
Een tijd geleden hoorde ik van een collega (binnen de ggz) wat die meegemaakt had: iemand in een autoriteitspositie binnen zijn team oefende een soort schrikbewind uit.
Als je hem niet naar de mond praatte, dan werd je het mikpunt van vernederende uithalen, tot je brak.
(Laten we hem Donald noemen, maar er bestaan ook Donna’s.)
Wat niet gebeurde
Een schokkend verhaal, zoals ik er meer gehoord heb, maar wat me nu interesseert, is wat niet gebeurde.
Wat niet gebeurde, was dit: teamleden die tegen Donald dingen zeiden als:
Donald, ik vind dat dit niet kan.
Donald, jouw gedrag is onaanvaardbaar.
Donald, nu is het genoeg! Ik wil dat je je excuses aanbiedt aan X.
Donald, ik stel voor dat je nu weggaat, afkoelt en eens goed nadenkt over jouw gedrag in dit team.
Donald, jij maakt misbruik van jouw positie. Dit moet stoppen.
Donald, wat scheelt er met jou, dat jij …
Teamleider, wat vind jij hier eigenlijk van?
Teamleider, vind jij dat het goed is voor dit team dat Donald …?
Dit gebeurde niet.
Men zweeg.
Ook achteraf, als hij er niet bij was.
Het werd zelfs goedgepraat.
Wat evenmin gebeurde, was dit: collega’s die tegen het mikpunt van de agressie dingen zeiden als:
Gaat het?
Wat was dat!?
Ik vond het niet kunnen hoe Donald zich tegen jou richtte.
Jij hebt gewoon gezegd wat jij dacht, jij had gewoon een andere mening dan Donald en je hebt dat eerlijk gezegd, en dan zo getarget worden!
Wie mikpunt geworden was, werd achteraf genegeerd, raakte geïsoleerd, was vervolgens onderhevig aan alles wat ontketend wordt wanneer een mens zijn integriteit geschonden wordt en de getuigen wegkijken.
En wat ook niet gebeurde, was dit: collega’s die zich hogerop richtten om te signaleren dat de veiligheid binnen het team sterk verminderd was en dat de directie haar verantwoordelijkheid hierin moest nemen.
Vragen
Zo’n acties zouden moves zijn om de ondermijning van de veiligheid relationeel aan te gaan.
In dit team deed men dit niet.
Men stelde zich gedwee op.
Hoe kunnen we dit begrijpen?
Omdat, wanneer geweld uitgaat van een (formele of informele) leider, we beseffen dat we zelf in gevaar zijn? Het lijkt veiliger om niet op diens radar te komen?
Omdat we ons voorstellen dat het spel ‘relationeel-aangaan’ spelen met iemand die een ander spel speelt (het spel ‘macht’) slecht kan aflopen?
Omdat we geen repertoire klaar hebben om een Donald of Donna van antwoord te dienen wanneer we ons in de arena begeven?
(‘Arena’, metafoor voor een context waarin gevochten moet worden.)
Verwachten we dat we geen steun gaan krijgen van de anderen? Dat we misschien wel zelf het object gaan worden van een soort uitsluitingsmechanisme, misschien wel een zondebokmechanisme, iets wat een groep op een griezelige manier goeddoet?
Houden we er rekening mee dat een leidersfiguur die zijn macht misbruikt, gesteund wordt door de hiërarchie?
Maken we ons stilletjes aan de normen van de Donald of Donna van dienst eigen, en verdringt dit normatieve kader onze eigen sensitiviteiten (en de waarden die daarin doorwerken)?
Ligt er steeds een gedweeheidsrespons klaar? Is dat wat men bedoelt met ‘fawn’ en ‘please and appease’?
Interpreteren we het gedweeë van de anderen als aanwijzing dat dit ook normaal is, zowel wat Donald/Donna doet, als het ondergaan?
Merken we hoe sommigen het net goed lijken te vinden met Donald, en hij met hen?
(In de gratie vallen van een gevaarlijk persoon, al is het tijdelijk, geeft een kick.)
Speelt hier ook ‘cognitieve dissonantie’: we praten onze passiviteit voor onszelf goed?
Worden we geïntimideerd of gehypnotiseerd door de hoge graad van overtuigdheid en entitlement waarmee Donalden of Donna’s toeslaan en hun machtstechnieken toepassen?
Wat de antwoorden ook zijn …
Wat de antwoorden ook zijn, opnieuw speelt iets wat ons vermogen om relationeel met een zekere kwaliteit te handelen, ondermijnt.
Opnieuw vindt iets plaats, tussen intelligente, opgeleide, op ondersteuning gerichte, ervaren, empathisch en introspectief begaafde mensen, iets wat een heel andere richting uitgaat dan waar Harry Kunneman de volgende woorden aan gaf:
Dergelijke verrijkende, complexiteit-openende relaties staan in het teken van gelijkwaardigheid, van wederkerigheid en van het samen met vallen en weer opstaan floreren, inclusief het onbevreesd aangaan van onvermijdelijke spanningen en conflicten en het waar nodig opzoeken van leerzame wrijving.
Hier gebeurt iets wat goeie intenties rauw wegslikt.
Een opleiding tot psycholoog, psychiater, maatschappelijk werker, psychotherapeut maakt ons, jammer genoeg, niet immuun voor dit soort gedweeheid.
(Ik denk dat ik tijdens mijn opleiding psychologie weinig begrippen en taal meegekregen heb om dit soort fenomenen goed te kunnen waarnemen, begrijpen, en er zinvol op te reageren.)
Nog meer vragen
Ik vraag me nóg een paar dingen af:
- Welke invloed heeft het op onze gesprekken met cliënten wanneer in ons team of onze organisatie zo’n scenario speelt?
- Wat gebeurt er dan in en met ons wanneer cliënten vertellen over situaties waarin ze vormen van intimidatie, controle, geweld ondergaan?
- Wat doet dit met je vermogen om machtsdynamieken op te pikken, om het thema (on)veiligheid te bespreken, om mogelijkheden tot verzet of protest te exploreren (of gedweeheid), om scenario’s van weggaan te overwegen, om te verkennen wat mensen kunnen doen als ze getuige zijn van machtsmisbruik? Gaan we er dan makkelijker aan voorbij? Voelen we ons extra machteloos? Gaan we ons ergeren aan de passiviteit van onze cliënt? ‘Waarom heeft die nu niet de ballen om …!?’
- Wat doet dit met onze ervaring van het werk? Met onze gezondheid? Met ons vermogen om vrij en kritisch te denken?
Wat ik me niet afvraag, wat ik wéét, is dit: wie het mikpunt wordt van dit soort agressie en van het wegkijken/wegdenken/wegvoelen/weghandelen van collega’s, laat staan van groepsuitsluiting, onthoudt dit als een belangrijke les over wat je kan tegenkomen met mensen, groepen, gemeenschappen.
Hoe beantwoord je een machtsspel?
Ik heb recent nogal wat docu’s over gesloten groepen bekeken, je ziet ‘het’ ook daar gebeuren: hoe ingrijpend beïnvloedbaar wij zijn, hoe snel we in de greep geraken van mensen die een positie van invloed innemen, invloedrijk handelen, spreken, interageren, hoe kwetsbaar wij zijn om deel te nemen aan een toxische groepsdynamiek.
Hoe deze kwetsbaarheid beantwoorden?
Hoe beantwoord je een machtsspel?
Ik heb daar geen antwoord op.
Machts-geletterd
Ik voel er wel wat dingen bij.
Eén: we moeten machts-sensitiever en macht-geletterder worden.
Dit betekent: kijken/voelen/horen hoe manieren van doen, reageren, spreken, houding, … werken.
Hoe ze inwerken op mensen en relaties.
Hoe ze inwerken op hun gevoel van erbij horen.
Hoe ze werken op hoe jij je voelt, en anderen.
We moeten leren kijken voorbij het charismatische of indrukwekkende.
In de mate dat we
- opkijken naar
- geïntimideerd zijn door
- zonder woorden geraken bij
- een onzeker gevoel krijgen over onszelf in aanwezigheid van
iemand
moeten we bestuderen
- hoe die ‘het’ doet
- en wat de rol is van de anderen en de hele context hierin
en ook
- waar we voeling mee verliezen
- wat we niet meer lijken te kunnen zeggen
- wat de dreiging is die in de lucht hangt
- welke angsten getriggerd worden
- of er schaamte dreigt
- wat ongepast lijkt te worden om te vinden/zeggen/doen
Taal & spreken
Hier moet taal aan gegeven worden: het moet uitgesproken of geschreven worden.
Dit moet in gesprekken terechtkomen.
Ik hou van het woord ‘machtstechniek’.
Ik denk dat ik dit begrip bij Michael White tegengekomen ben, misschien wanneer hij schrijft over wat Michel Foucault (in ‘Surveiller et punir. Naissance de la prison’) hem heeft helpen denken over macht.
Als een cliënt spreekt over een moment waarbij die zich klein en onzeker voelde bij iemand, ga ik waarschijnlijk verkennen wat die ‘klein en onzeker makende persoon’ gedaan heeft dat dit als effect had: welke machtstechnieken die gebruikt heeft.
(Ik denk niet dat die dat dan per se ‘met voorbedachten rade’ gedaan heeft, maar ik denk ook niet dat het toevallig gebeurd is. Sommige mensen zijn een ‘natural’ op dat gebied.)
Ik vind het therapeutisch relevant om dit aan het licht te laten komen.
Omstaanderstraining
Nog iets waar ik iets (sterk) bij voel: ik heb eens een vorming gevolgd over hoe je als getuige zinvol kan proberen in te grijpen als reactie op daden van intimidatie/geweld. Je kreeg kansen om te oefenen met acties van spreken, aanspreken en verzet.
Dat proberen en oefenen zal ik niet snel vergeten.
Het voelde zoooo relevant.
Ik kan niet anders dan er nu weer aan te denken, nu, bij het schrijven van dit stuk.
Ikke
Wat voel ik als ik me voorstel dat ik me plotsklaps in de situatie zou bevinden zoals ik die in het begin beschreven heb?
Sterke gevoelens.
Een drang om er zo snel mogelijk van weg te lopen.
Ook goesting om het gevecht aan te gaan.
En ook nog eens: ‘Zo’n situatie is hopeloos. Wat ga je doen met iemand die met passie een machtsspel speelt, en daar ervaren in is?’
Geraak daar maar eens wijs uit.
Nieuwsbrief
Een mailtje na een nieuw artikel?




Hier een aantal reflecties over omstaanders en voorbeeld van hoe het anders kan.
Dat soort macht geeft onveiligheid en verdeelt de omstaanders denk ik, terwijl de omstaanders zich zouden moeten verenigen tegen de machthebber.
De omstaanders hebben veel te verliezen. Voelen veel onzekerheden. Zijn geïntimideerd door het voorbeeld van het mikpunt dat gesteld wordt en willen niet in die situatie terechtkomen. Ze willen veilig zijn. Zowel in de sociale groep als financieel. Er hangt zoveel vanaf in deze onzekere tijden. Maar het wegkijken wegvoelen en dat voor jezelf (onbewust) goedpraten of zelf in overlevingsmodus zitten (?), is een gif dat het hele systeem insluipt… en misschien zelfs ook ver daarbuiten.
En er is ook altijd wel de twijfel: ben ik de enige die er zo over denkt? Als je er midden in zit en vaak in overlevingsmodus, dan kan je geen afstand nemen, reflecteren en de dingen helder zien.
En er is ook zoiets als victim blaming. Wie heeft dan gelijk, dat is moeilijk om te zien soms. Soms is het helemaal ook niet zo duidelijk of zwart wit als bij Donald Trump. Hoewel ook daar de omstaanders ook veel angst hebben vermoed ik. Er is werkelijk veel onveiligheid en veel te verliezen voor hen ook denk ik… Hopelijk wordt het daar ook helderder en duidelijker.
Het lijkt me een interessante oefening om een kader te creëren waarbij dat soort dynamieken in teams taxeerbaar is. In de BUB, de boeddhistische unie van Belgie werken ze daarom met heldere definities en een soort vlaggensysteem, zoals ontworpen door SENSOA, niet alleen voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook voor de subtielere vormen van psychisch, spiritueel en institutioneel misbruik. Onze kerk zou er veel van kunnen leren!
Zo iets verder operationaliseren met een aantal hulpverleners lijkt me wel een heel interessante oefening.
In dit artikel kan je een getuigenis lezen van een casus daar en hoe men er uit geleerd heeft en het vlaggensysteem verder ontwikkelde: : https://bodhitv.nl/ehipassiko/ zie de tweede klacht van psychisch, spiritueel en institutioneel misbruik.
De standaard criteria die opgesteld werden voor het vlaggensysteem van risico taxatie en de definities van misbruik helpen je te reflecteren op de dynamieken en maken het onheldere “helder”. Per vlag krijg je ook te ondernemen acties. Zo leert men ook niet aan overshooting te doen maar dingen al in een vroeg stadium waar te nemen en niet-oordelend bespreekbaar te stellen, mensen opnieuw kansen te geven en vriendelijk en nuchter op grenzen te wijzen en op hun gedrag (bij gele vlaggen), maar ook duidelijke signalen dat het anders moet (bij rode vlaggen) en ook paal en perk te stellen als het blijft duren of er echt over is (bij zwarte vlaggen). Zo kunnen we veiligheid en menselijkheid in een team vrijwaren.