[Als je liever luistert naar dit artikel, klik dan HIER]

In ‘Houvastloze momenten’ noemde ik Pema Chödrön, een Amerikaanse die zich al lang wijdt aan het Tibetaans boeddhisme.
Ik schreef dat ze tips geeft om te (proberen) ontspannen in ongemakkelijke of pijnlijke emotionele toestanden.

Die tips van haar, ik ga er een paar van uit de doeken doen.
Ik heb er enkele weken geleden wat mee geëxperimenteerd.

 

Met Rudi naar de begraafplaats

Het is zondag, laatste dag van mijn zomervakantie.
Ik bevind me in een grensgebied waarachter een ander leven start: het werkregime.
Dat is een goed leven, maar, en dit gebeurt steeds in het tussengebied tussen vrije dagen en een werkweek: ik ervaar angst.

Ik loop met Rudi, ons krullerig gezinslid, naar de markt.
Op dit vroege uur – nog geen 7.30 uur – is het nog niet zo druk en ik wil zien hoe goed hij daar, ondanks de kraampjes en geuren en de mensen (het zijn er nog niet overweldigend veel), in staat is om netjes naast mij te lopen.
Daarna lopen we verder naar een grote begraafplaats (bijna een bos).

We naderen de ingang. Ik zie wat verder een vrouw met een stafford. Ze ziet mij aankomen en slaat snel af.
Eens binnen sla ik onmiddellijk linksaf, het grasveld op, om zo snel mogelijk uit de buurt van de stafford te geraken.
Vanaf nu mag Rudi snuffelen à volonté, en dat doet hij.
Ik zie hem dat graag doen.

 

Toelaten

Nu heb ik de handen vrijer om wat te improviseren met Pema.
(Denk daar dus bij: een poedelachtige hond die snuffelend de bodem, de vroegtijdig gevallen blaadjes, de struiken, de bomen onderzoekt.)

Ik richt mijn aandacht op de angstige energie die ik bij het wakker worden opgemerkt had.

Ik moedig mezelf aan: ‘Voel maar, Johan.’

Ik mik op het vinden van een bepaalde positie: een waarbij ik de angst-doortrokken ervaringen nabij kan komen en kan laten zijn/doen zonder erop in te grijpen.
Ik heb iets dergelijks ooit zo beschreven:

Ik zoom in op die gevoelens/gewaarwordingen, ik stel me eraan bloot, ik laat ze doen en spelen in hun ups en downs, ik duik erin en zwem erin, ik laat ze me (pijnlijk) masseren en karnen en sudderen, ik laat ze me vullen, ik geef het streven op om me beter te voelen of om ‘het’ op te lossen. De pijnlijke gevoelens lossen mij op. Ze bijten en ik bijt niet terug.
Even. Nog eens even. En nog eens even. Vele eventjes.

Als ik die beschrijving nu lees, dan denk ik: er ontbreekt iets. Het accent ligt zo sterk op het toelaten, maar er zijn ook de dingen die ik doe om mezelf tijdens dit proces te steunen, zodat het te doen is.

 

Het moet te doen zijn

Ik moet eraan werken om het hanteerbaar te maken, want mijn organisme wil moeilijke gevoelens of energieën liefst snel kwijt.
Dat ‘kwijt willen’, daar kies ik niet voor en ik kan het ook niet uitschakelen.
Om het hanteerbaar te maken (en te houden) moet ik kleine mentale acties ondernemen.

waarnemen met wat extra kwaliteit

Een zo’n terugkerende kleine mentale actie is: steeds opnieuw weer wat meer kwaliteit bij het waarnemen brengen.
Dat kan zijn: letten op gewaarwordingen die samengaan met het ademen of op het stappen, of op wat er te horen is of te zien.
Ik doseer die focus, want die mag niet te sterk, maar ook niet te slap zijn: ik wil de gewaarwordingen opmerken, maar ook de angstige energie.

Ik zoek de combinatie van het lastige toelaten én steun vinden in iets wat niks te maken heeft met angsten of verlangens.

een vuurtje

Het is als een vuurtje dat je aan de gang probeert te krijgen en te houden: je blaast als dat nodig is, maar niet te hard, je legt er iets bij, maar niet ineens een dikke stronk, je begint opnieuw als het uitgaat.
Een vuurtje als dit gaat snel uit, want er is veel wind.
Die wind is o.a. de emotie-gedreven reacties als

  • druk denken (misschien om mezelf weg te leiden van de onaangename gevoelens), of
  • krampachtig iets proberen om me weer snel lekker te gaan voelen.

Pema Chödrön moedigt aan om zo weinig mogelijk energie te steken in denken over mogelijke oplossingen en zoveel mogelijk in ervaren.

Dat hou ik voor ogen, ik zoek de gevoelservaring op, maar ik laat gedachten toch genoeg doorkomen, opdat ze de lichamelijk-emotionele energie kunnen aanvoeren die ermee samengaat.

Ik let op het vuur:

  • Slaag ik erin om te laten bestaan wat pijnlijk of moeilijk is?
  • Hoeveel en wat voor reactiviteit merk ik in mezelf?
  • Heb ik wat extra hulp of steun nodig?

Om dat vuur te beheren, haal ik ook wat steun uit een paar fantasieën.

Fantasie: levensenergie

Zo stel ik me de ongemakkelijke sensaties/emoties voor als een levensenergie waar fundamenteel niks verkeerd mee is.
Ze manifesteert zich en ik kan me erop afstemmen.

Ik heb bij Pema Chödrön de gedachte gelezen

  • dat er een dimensie van potentiële wijsheid zit aan wat wij soms ‘negatieve’ emoties noemen
  • dat de energie van die emoties ons kan wakker maken (uit bepaalde vastigheden).

Deze gedachte haal ik er soms, eventjes, bij: ‘dit is een kans om het heftige, pure toe te laten, en wie weet …’

Fantasie: in en uit

Ik stel me ook soms voor dat ik me vooral tijdens het inademen openstel voor de ongemakkelijke emotionele ervaring, ik adem die als het ware in.
Bij het uitademen geniet ik dan weer van het loslaten en ontspannen dat ik daarmee associeer.

Fantasie: anderen

Ik denk af en toe aan al die andere mensen (en wezens) die, weliswaar in andere omstandigheden en om andere redenen, een gelijkaardige emotionele ervaring doorgemaakt hebben of aan het doormaken zijn.
Dit roept iets solidairs op, iets ‘minder-alleen’.
Dat helpt.
Het opent iets.
Het doorbreekt het claustrofobische en het opgeslotene dat ik ervaar bij al die ongemakkelijke emotionele energie.

Pema Chödrön zelf gaat hier verder in: zij stelt zich voor dat ze de pijnlijke emotionele energie voor al die wezens inademt, dat hierdoor een soort transformatie plaatsvindt, en dat ze dat getransformeerde uitademt met als bestemming de (lijdende) wezens, iets wat hun lijden verlicht.
Die fantasie gaat me te ver.
(Ik vind het wel aannemelijk dat er iets interessants gebeurt wanneer we iets anders proberen dan uitageren of wegduwen, en dat de mensheid er baat bij zou hebben als we dat allemaal zouden doen.)

 

2 snuffelaars

Dit alles, met al die aandachtdingetjes en fantasietjes, dat loopt niet smooth.
Mocht je er een kortfilm van maken, die zou een psychedelisch-chaotische feel opleveren.
Het is gepruts, zoals elk meditatief probeersel.
Trial and error met een hoop error.

Misschien verschilden Rudi’s gesnuffel en dat van mij nog zo gek niet van elkaar.

 

Nieuwsbrief

Een mailtje na een nieuw artikel?

Schrijf je uit wanneer je wil. Powered by Kit